Griekse discipline en British spending

Gepubliceerd op 25 juni 2020 om 14:27

Begrotingstekorten Europa 2000-2019.

Welke Europese landen hebben de afgelopen 4 jaar de hoogste begrotingsoverschotten gehad? Dat zullen de “zuinige vier” wel zijn, zoals Nederland, Oostenrijk, Denemarken en Zweden sinds de discussie over de EU-begroting worden genoemd. Ja, OK, met uitzondering van Oostenrijk zitten de ‘frugal four’ in de top-10 van de EU-28.

 

Maar de lijst wordt aangevoerd door Luxemburg. En in de top-10 van landen met begrotingsoverschotten zitten verrassende namen, zoals Griekenland. Dat land kwam in de jaren daarvoor uit een schuldencrisis. Voor een deel zal de goede prestatie afgedwongen zijn door harde afspraken over primaire overschotten (begrotingssaldo exclusief rentebetalingen). En de lage rente waartegen ze kunnen herfinancieren helpt ook. Maar eerlijk is eerlijk, ik had me niet gerealiseerd dat Griekenland het zo goed deed.

 

In de tabel is de afgelopen 20 jaar opgedeeld in drie periodes: van 2000 tot en met de financiële crisis in 2008, de periode met laagconjunctuur (2009-2015) en de periode van hoogconjunctuur (2016-2019). De opdeling is natuurlijk subjectief, het economisch herstel trad al eerder in, maar 2016 was het jaar waarin niet alleen in Griekenland maar ook in Nederland het begrotingstekort omsloeg naar een overschot, dus vandaar deze keuze.

 

Luxemburg heeft in alle drie periodes gemiddeld begrotingsoverschotten gehad. Finland is ook opmerkelijk. Begrotingsoverschotten van 2000 tot 2008 (en niet alleen gemiddeld, maar elk jaar!) en daarna liet Finland de strakke teugels vieren. In de afgelopen 4 jaar (2016-2019) waren de begrotingstekorten vergelijkbaar met Portugal en België.

 

Nederlandse bescheidenheid

De tabel maant ook tot Nederlandse bescheidenheid. In de periode na de financiële crisis van 2009-2015 deed Nederland het helemaal niet zo goed. Het begrotingstekort was gemiddeld 3,7% van het BBP. Dat was zelfs slechter dan Italië, dat in 2009-2015 gemiddeld een tekort had van 3,5%. Oeps. Vergeleken met Duitsland (begrotingstekort gemiddeld slechts 1,0%) past ons helemaal stilzwijgen.

 

Het is dat grote landen als Spanje (8,5%), VK (7,3%) en Frankrijk (5,1%) het gemiddelde begrotingstekort flink naar boven trokken (of eigenlijk naar beneden, het is immers een negatief getal), hierdoor kwam het gemiddelde van de EU-28 uit op 4,4% in 2009-2015 en kon Nederland nog zeggen dat de begrotingsdiscipline toch beter was dan in de rest van de EU.

Britse begrotingstekorten

De forse begrotingstekorten van het VK hebben in Europa nooit veel aandacht gekregen. Dit omdat het VK de euro niet had ingevoerd als nationale munt. Maar het is wel opmerkelijk om te zien dat het Britse begrotingstekort in de afgelopen 20 jaar (2000-2019) met gemiddeld 4,1% hoger was dan in Spanje (3,7%), Frankrijk (3,6%) en Italië (3,0%). Vanuit de Angelsaksische wereld werd dan ook regelmatig kritiek geleverd op de strakke begrotingsdiscipline in Noord-Europa.

 

Door de Coronacrisis schieten de begrotingstekorten naar nooit eerder vertoonde niveaus. Het CBS meldde deze week dat de Nederlandse staatsschuld in maart-mei met € 48 miljard is opgelopen. Dat is 7% van het BBP in slechts drie maanden tijd, terwijl na de financiële crisis in 2009 en 2010 het jaarlijkse begrotingstekort maar net iets meer dan 5% was.

 

Tja, is de historie 2000-2019 bij deze tekorten nog wel relevant? Bij de invoering van de euro, alweer ruim 18 jaar geleden, spraken de landen af dat het begrotingstekort maximaal 3% mocht zijn. Zelfs Duitsland hield zich hier niet aan in de eerste vier jaar na invoering (2002-2005).  Maar de historie speelt een belangrijke rol in de discussie tussen Noord-Europa en Zuid-Europa, over het Europese reddingspakket en de EU-begroting. Vandaar.

 

Bron: Eurostat (www.ec.europa.eu)

Maak jouw eigen website met JouwWeb